Tijd

Tijd

3 augustus 2016

In de afgelopen maanden was ik twee maal betrokken bij een planningsproces dat onder hoge tijdsdruk stond. In beide gevallen ging het om musea die grondig her-dacht moesten worden. Er moest om verschillende redenen snel een plan zijn dat dient als basis voor de vernieuwing. Wat opviel was dat de schaarste aan tijd niet leidde tot oppervlakkigheid. Er was juist grote aandacht van de betrokkenen, en diepgang in de gesprekken.

In de afgelopen maanden was ik twee maal betrokken bij een planningsproces dat onder hoge tijdsdruk stond. In beide gevallen ging het om musea die grondig her-dacht moesten worden. Er moest om verschillende redenen snel een plan zijn dat dient als basis voor de vernieuwing. Wat opviel was dat de schaarste aan tijd niet leidde tot oppervlakkigheid. Er was juist grote aandacht van de betrokkenen, en diepgang in de gesprekken.

Het paradoxale van de grote aandacht en diepgang onder tijdsdruk viel me nog meer op bij de lezing van het boek Tijd van Rüdiger Safranski. Hij filosofeert over onze tijdservaring en hoe mensen en tijd elkaar beïnvloeden. Hij betoogt dat ons gevoel dat tijd schaars is komt doordat wij te veel handelingen in een bepaalde tijdsspanne willen uitvoeren. We laten ons door zelf, of door anderen opgelegde, termijnplanningen opjagen. Wij maken de tijd schaars, het is geen eigenschap van de tijd zelf. Safranski koppelt dit omgaan met de tijd aan een existentieel probleem, namelijk dat elk mens beseft dat zijn eigen levenstijd beperkt is en hij dus niet onbeperkt dingen kan doen. Volgens Safranski gaan mensen aan het werk om niet te veel aan hun eigen eindigheid te moeten denken. Misschien proberen we die eindigheid ook te tackelen door zo veel mogelijk te doen. Hebben we daarom misschien de term deadline bedacht?

Tijdsdruk heeft volgens Safranski ook te maken met ons idee dat de tijd erg snel gaat. Dat is eveneens een constructie, net als schaarste. De klok tikt niet sneller, wij ervaren een versnelling omdat we geconfronteerd worden met veel en snel opeenvolgende gebeurtenissen en een grote informatiestroom, waarop we zouden moeten reageren. Al die prikkels strijden om onze aandacht, die we niet onbeperkt aan alles kunnen schenken. Daarom haken we af en dat leidt tot desinteresse en oppervlakkigheid.

Dat de schaarste aan tijd niet leidde tot gebrek aan aandacht en diepgang kwam volgens mij door het besef van urgentie en de prioriteiten die daardoor gesteld werden. De strikte deadlines leidden tot grote concentratie, die doordachte plannen opleverde. Hiermee wil ik geen pleidooi houden om dan altijd maar grote druk op de ketel te zetten. Wel om af en toe eens letterlijk stil te staan bij de manier waarop we met onze tijd omgaan.

Rudiger Safranski, Tijd. Hoe mens en tijd elkaar beïnvloeden, Amsterdam/Antwerpen 2016

Andere recente inzichten

8 februari 2018

Onlangs las ik een boek over tijd, waar we allemaal een gebrek aan lijken te hebben.

27 juni 2017

Het tijdschrift META van de VVBAD (Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie) vroeg mij een stukje te schrijven over mijn werk als procesbegeleider. Dit is wat ik schreef:

​Graag samenwerken?

Neem contact op, dan bekijken we samen de mogelijkheden.